Posts

Wie dit leest is gek

Afbeelding
  Onze Jacky heeft als koosnaam Gekkie. Niet alleen omdat het rijmt, maar ook omdat hij anders is. Op zijn snuit heeft hij een vlek, hij praat de hele dag door tegen je en hij kan tricks uithalen die geen enkele andere kat kan. Maar wat is eigenlijk “gek”? In de filosofieles (buiten in de natuur dit keer) voor ouder en kind gingen we dat onderzoeken. En aan het eind waren we allemaal een stukje gekker geworden… Een platte steen en een ronde steen Is het zo dat alleen de gek weet hoe het werkelijk zit? Met deze vraag ging een van de kinderen met een ouder op pad. Al wandelend door de natuur, tijdens de afsluiting van het filosofieseizoen. Na 15 minuten kwamen ze terug. Ouder en kind hadden samen al wandelend gefilosofeerd over de vraag of alleen een gek weet hoe het werkelijk zit. En hadden hun antwoord in de natuur gevonden: een platte steen en een ronde steen. Ze waren daarop gekomen via Galileo Galilei die ervan overtuigd was dat de aarde rond was. Hij werd voor gek verklaard...

Kijk, daar rent een haas

Afbeelding
  “Aah, eindelijk eens niet filosoferen in dat muffe lokaal, maar lekker buiten…”, verzuchtte hij, terwijl we met elkaar op (een filosofisch) pad gingen. Terwijl ze zich eerst nog afvroegen over hoeveel kauwgomballen je voor 50 cent kunt kopen (ja, hij had de weddenschap gewonnen!), veranderden de gespreksonderwerpen al snel. “Kijk, daar rent een haas weg.” “Ha, heb jij die vogel daar voor ons neergezet, Angela, Hij zit zo stil. Past goed bij de vorige les over ‘het is niet wat het lijkt” Terwijl ze vooruit renden, stonden ze opeens stil: een libelle. “Die is echt heel bijzonder”. “Welnee”, zei de ander. En zo kwamen we al pratend op de plek van bestemming. Terugverlangen Waar we de laatste grote stroming uit de Westerse filosofie vooral gingen ervaren: De Romantiek. De periode (vanaf 1800), die volgde op de Verlichting waarin men ging terugverlangen naar lang vervlogen tijden. Maar ook naar verre culturen, de mystiek en de duistere kant van het bestaan. De romantici vertoonden...

Mag Mia nog buiten spelen?

Afbeelding
  “Miauw” Ook al kun je katten niet verstaan, je kunt ze soms wel begrijpen. Dit keer is de “miauw” van Mia de poes wel duidelijk. Ze wil niet naar binnen, ook geen eten, geen aandacht. Nee, ze heeft gejaagd en komt ons “een cadeautje” brengen. Het arme kuikentje leeft nog. Het probeert te ontkomen, maar Mia port met haar pootje. Het beestje wordt gemasseerd, omgerold, gedold. En iedere keer als ik wil ingrijpen, rent Mia weg met het levende kuikentje aan zijn nekvelletje in haar bek. Ze sleept hem de hele tuin door. En broer Jack kijkt toe. Opeens vind ik mijn Mia niet zo lief meer. Het is een echte jager, een hele goede. De volgende dag komt ze met een mereltje thuis en later vind ik in de tuin de resten van een houtduif. “Moet ik ingrijpen in de natuur?”, is de vraag die ik stel aan de kinderen tijdens de filosofieles, nadat ik het verhaal van Mia had verteld. Ben ik eigenlijk wel een kinderfilosoof? Toen ik jaren geleden begon met kinderfilosofie, vroeg ik mezelf na afloop al...

Ik heb het recht om te zeggen wat ik denk

Afbeelding
  “Oke, eens kijken, zou jij je trui even uit willen trekken?” Verbaasd keek hij me aan. “Nou goed dan, ik heb het toch warm van het fietsen en er zit nog een t-shirt onder.” Ik bekeek het labeltje van de trui en ontdekte dat het gemaakt was in Bangladesh. “He, eens kijken waar mijn trui vandaan komt…” En zo gingen ook de andere kinderen op zoek naar de herkomst van hun trui. China, Mauritius. Maar geen Nederland. Het bracht ons bij het onderwerp van deze filosofieles: rechten van de mens (en van het kind!). Vrijheid van meningsuiting Was het niet de Franse filosoof Voltaire die aan de wieg had gestaan van het recht op vrijheid van meningsuiting. Met elkaar gingen we ontdekken in hoeverre we het eens waren met de stelling: Ik heb het recht om te zeggen wat ik denk. Wat is eigenlijk “recht hebben”? En bedoel je met “zeggen” ook “schrijven”? En als we het over denken hebben… gaat het dan om feiten, meningen of overtuigingen? Er ontstonden twee kampen: de kinderen die het er volle...

Kun je iets doen, door niet-doen?

Afbeelding
  “Oh nee…. juf, juffie… allemaal water!” Het was maandagochtend 10 uur en ik zat gezellig met een groep kleuters rondom een tafel. De bakjes met gesneden fruit en sneetjes brood stonden voor ons en natuurlijk ook hun vrolijk gekleurde drinkbekers, met daarop afbeeldingen van prinsessen en supermannen. En ja hoor, er was weer eens beker omgegaan. Dat gebeurde regelmatig. Maar dit keer reageerde ik niet door automatisch een dweil te pakken. Ik deed niets. Helemaal niets. Er werden dijken gebouwd van broodkosten “En toen?” De kinderen van de filosofiegroep waren nieuwsgierig, ze wilden weten hoe dit verhaal af zou lopen en zagen het al voor zich.   “Nou, niets dus!” En ik ging verder: “Nadat ze me eerst een paar seconden verwachtingsvol hadden aangekeken, zette de kleuter zijn beker weer overeind. Nu kon er niet nog meer water stromen. Een ander haalde een broodkorst uit zijn mond en legde die op tafel om het water tegen te houden. Er werden nog meer “dijken” gebouwd. En ze wa...

Ik ben, omdat wij zijn

Afbeelding
  “Kijk, ik heb chocolade-eitjes voor ons meegenomen…”, en hij legde de eitjes op tafel. Nog niet alle kinderen waren binnen, maar we besloten alvast ons eitje te proeven. In een onbewaakt ogenblik pakte ik de resterende eitjes en stopte ze in mijn broekzak. Er lagen alleen nog wat zilverpapiertjes. Ook de andere kinderen kwamen nu binnen. Ze keken naar de plek waar de eitjes hadden gelegen en vervolgens naar mij. Ik keek schuldbewust en schoof de papiertjes met mijn hand onder een velletje papier op tafel. “He Angela, heb jij nou de eitjes opgegeten, nee toch?”. Dit konden ze zich niet voorstellen. Ik veranderde mijn gezicht in een grijns: “I APRIL!!!” De les kon beginnen. Maar ben je dan alleen? “Wat kun je alleen samen doen, en niet alleen?”, was de startvraag in deze les. “Voetballen, tennissen, basketballen, honkballen”, somde iemand met gemak op. “Nou, als ik een bal pak en een rondje ga dribbelen en vervolgens een schot geef op de schuur van de buurman, dan ben ik toch...

Kunnen we dieren begrijpen, als we ze niet verstaan?

Afbeelding
  “Het lijkt hier wel een dierentuin...”, De leerkracht kwam glimlachend   de klas van groep 6 binnen. De kinderen stonden op deze donderdagmiddag inmiddels al verzameld rondom mijn uitstalling van de knuffeldieren. Een pinguin, een hond, een papegaai, een struisvogel, een leeuw, een babyleeuwtje. Gemoedelijk zaten ze naast elkaar op tafel, voor in de klas. Op het digibord, stond er al een filmpje klaar. Over baby-olifant Mook die in Artis was geboren en een bad nam. “Kijk, hij vindt het leuk, hij is gewoon aan het spelen”, riep iemand vertederd. “Hebbes”, dacht ik. En de les kon beginnen. Hoe weet je dat zo zeker? “Hoe weet jij zo zeker, dat dit olifantje het leuk vindt in bad, heeft hij je dat verteld?” Er gingen heel wat vingers de lucht in. “Ik zag dat hij zijn mondhoeken omhoog trok…” “Ja, dat doet mijn hond ook wel eens, maar dan vindt hij het niet leuk.” “Tuurlijk vond hij het leuk, hij bleef er toch in. En zelfs toen hij er even uitging, stapte hij erna toch weer t...