Kun je iets doen, door niet-doen?
“Oh nee…. juf, juffie… allemaal water!” Het was
maandagochtend 10 uur en ik zat gezellig met een groep kleuters rondom een
tafel. De bakjes met gesneden fruit en sneetjes brood stonden voor ons en
natuurlijk ook hun vrolijk gekleurde drinkbekers, met daarop afbeeldingen van
prinsessen en supermannen. En ja hoor, er was weer eens beker omgegaan. Dat
gebeurde regelmatig. Maar dit keer reageerde ik niet door automatisch een dweil
te pakken. Ik deed niets. Helemaal niets.
Er werden dijken gebouwd van broodkosten
“En toen?” De kinderen van de filosofiegroep waren
nieuwsgierig, ze wilden weten hoe dit verhaal af zou lopen en zagen het al voor
zich. “Nou, niets dus!” En ik ging
verder: “Nadat ze me eerst een paar seconden verwachtingsvol hadden aangekeken,
zette de kleuter zijn beker weer overeind. Nu kon er niet nog meer water stromen.
Een ander haalde een broodkorst uit zijn mond en legde die op tafel om het
water tegen te houden. Er werden nog meer “dijken” gebouwd. En ze waren wel 20
minuten bezig met het oplossen van hun waterprobleem.” Maar wat hadden ze nu
geleerd? “Uhm samenwerken, probleem oplossen, dijken bouwen, plezier hebben…”
somde een van de kinderen op. En ik? “Niet-doen in plaats van doen.”
Kennen jullie de luie zeiler?
“Kun je iets doen, door niet te doen?”, was de filosofische
vraag deze les, waarin het Chinese wu-wei centraal stond. Er werd diep
nagedacht. “Ja, ik weet het. Je kunt roken, door niet te roken.” “Hoe dan?” “Gewoon,
om te roken hoef je eigenlijk niets te doen, je doet iets wat je als vanzelf al
doet: ademhalen.” “Ja, maar door “niet te doen”, doe je dan uiteindelijk toch
ook iets?” Het gesprek ging nog even verder. Want wat doe je dan als niet doet?
En is er een verschil tussen “niet doen” en “niets doen”? Via het rook-voorbeeld kwamen we bij het zeilen. “Kennen jullie het begrip: de luie zeiler?”, vroeg ik. “Die heeft zijn koers
uitgestippeld, de zeilen gehesen, het roer vastgezet en doet vervolgens niet.
Hij maakt gebruik van de wind, van de stroom om vooruit te komen en doet niet.”
Hij pakte een doek en poetste het weg
Het werd tijd om Chinese tekens te gaan maken.
Fantasietekens. Onder de klanken van Chinese traditionele muziek, begonnen de
kinderen met hun stift van de rechterzijde van hun blad naar de linkerzijde te tekenen. Iedere keer
een totaal ander teken, ze mochten niet op elkaar lijken. Stiekem werd er af en
toe gegluurd naar de tekens van de andere leerlingen, maar ze gingen mooi op in
hun klus. Toen het blad helemaal vol was, mochten de kinderen hun ogen sluiten.
En zich afvragen wat voor hun een teken was van wu wei. De ogen werden geopend
en dat teken waar het oog op bleef hangen zou het zijn. We haalden kwasten en
zwarte verf tevoorschijn en gingen het teken in de verf zetten. Maar oje: “Juf,
ik heb per ongeluk zwarte verf op de tafel gesmeerd…” Ik grijnsde: “Doen, door
niet doen!” En hij pakte een doek om de verf weg te poetsen.
Meer informatie
Met dank aan:
De kinderen van filosofieclub Waterland

Reacties
Een reactie posten