Kunnen we dieren begrijpen, als we ze niet verstaan?
“Het lijkt hier wel een dierentuin...”, De leerkracht kwam glimlachend de klas van groep 6 binnen. De kinderen stonden op deze donderdagmiddag inmiddels al verzameld rondom mijn uitstalling van de knuffeldieren. Een pinguin, een hond, een papegaai, een struisvogel, een leeuw, een babyleeuwtje. Gemoedelijk zaten ze naast elkaar op tafel, voor in de klas. Op het digibord, stond er al een filmpje klaar. Over baby-olifant Mook die in Artis was geboren en een bad nam. “Kijk, hij vindt het leuk, hij is gewoon aan het spelen”, riep iemand vertederd. “Hebbes”, dacht ik. En de les kon beginnen. Hoe weet je dat zo zeker? “Hoe weet jij zo zeker, dat dit olifantje het leuk vindt in bad, heeft hij je dat verteld?” Er gingen heel wat vingers de lucht in. “Ik zag dat hij zijn mondhoeken omhoog trok…” “Ja, dat doet mijn hond ook wel eens, maar dan vindt hij het niet leuk.” “Tuurlijk vond hij het leuk, hij bleef er toch in. En zelfs toen hij er even uitging, stapte hij erna toch weer t...