Ik ben, omdat wij zijn
“Kijk, ik heb chocolade-eitjes voor ons meegenomen…”, en hij
legde de eitjes op tafel. Nog niet alle kinderen waren binnen, maar we besloten
alvast ons eitje te proeven. In een onbewaakt ogenblik pakte ik de resterende
eitjes en stopte ze in mijn broekzak. Er lagen alleen nog wat zilverpapiertjes.
Ook de andere kinderen kwamen nu binnen. Ze keken naar de plek waar de eitjes hadden
gelegen en vervolgens naar mij. Ik keek schuldbewust en schoof de papiertjes
met mijn hand onder een velletje papier op tafel. “He Angela, heb jij nou de
eitjes opgegeten, nee toch?”. Dit konden ze zich niet voorstellen. Ik veranderde
mijn gezicht in een grijns: “I APRIL!!!” De les kon beginnen.
Maar ben je dan alleen?
“Wat kun je alleen samen doen, en niet alleen?”, was de startvraag
in deze les. “Voetballen, tennissen, basketballen, honkballen”, somde iemand
met gemak op. “Nou, als ik een bal pak en een rondje ga dribbelen en vervolgens
een schot geef op de schuur van de buurman, dan ben ik toch echt aan het voetballen.
In mijn eentje.” “Oja, maar een wedstrijdje voetballen, kun je toch niet in je
eentje doen?” “Ja hoor, met FIFA op een spelcomputer.” “Maar ben je dan alleen?”
Er kwam een nieuwe suggestie: “Spelen met mijn kat, dat kan ik niet zonder kat
doen, toch?” Mmmm… daar moest even over nagedacht worden. Opeens hoorde ik
gegiechel aan de overkant van de tafel. De één had de ander iets ingefluisterd,
waar de ander hard om moest lachen. “Laat me raden, het begint met een S?” Ze
gingen nog harder lachen. Bingo!
Alleen maar witte, Europese filosofen, die al dood waren
De afgelopen week kwam ik tot het besef dat ik nu al jaren
filosofielessen gaf aan kinderen, maar dat er altijd witte, Europese filosofen
aan bod kwamen. En dat de meesten ook al lang overleden waren. Het kon toch
niet zo zijn dat op andere plekken van deze aarde men niet bezig was met grote
vragen, met filosofie? De zoektocht bracht mij bij een podcast van het ISVW, waarin een interessant gesprek werd gevoerd met
Michel Dijkstra, onafhankelijk
geleerde op het gebied van oosterse filosofie en westerse mystiek. Hij verbond
de vragen over levenskunst met het Afrikaanse Ubuntu, het op Tao-
geschriften gebaseerde Wu wei
en het Zuidamerikaanse Buen
Vivir. De zoektocht ging verder en kwam uit bij de Zuidafrikaanse filosoof Mogobe Ramose, die ubuntu
uitgewerkt had als fundament van de Afrikaanse filosofie. Ubuntu betekent dat
niets op zichzelf staat en dat alles geworteld is in verbondenheid. Ik vertelde
de kinderen over deze zoektocht, waarna er iemand vroeg: “Maar betekent het dan
volgens deze filosoof ook dat wat je een ander aandoet, je dat ook jezelf aan
doet?”
Ik en jij zijn wij
Het werd tijd om te tekenen, een lemniscaat dit keer. En ik
gaf ze de opdracht in hun hoofd tijdens het tekenen de woorden te herhalen: “Ik
en jij zijn wij, ik en jij zijn wij, ik en jij zijn wij, ik en jij zijn wij…”
De kinderen gingen helemaal op in hun lemniscaat. Ik hoorde de potloden over
het papier gaan en zag dat de ogen geconcentreerd de lijn bleven volgen. “Waar
is volgens jou de ‘ik’ in de tekening, en de ‘jij’, en de ‘wij’?” Ieder had
zijn eigen verhaal en inzichten gekregen over de onderlinge verbondenheid. “Moet
je eens kijken als ik alleen maar over de lijn van ‘mijn ik’ ga, dan wordt hij
steeds dikker. En de ‘jij’, steeds dunner. Die ‘dikke ik’ is eigenlijk Trump,
denk ik.” En er werd ondertussen wat gesproken over wat er in de wereld
allemaal aan de hand was. “Hoe zou de wereld eruit zien vanuit de
ubuntu-filosofie?” En ik liet ze een kort filmpje zien over Desmond Tutu.
“Kun je ubuntu ook voelen?” Verbaasde keken ze me aan. Waarop
ik mijn djembé tevoorschijn haalde. Er
werd Afrikaanse muziek op gezet, we trommelden enthousiast mee en we maakten
samen muziek. “Ja, dit moet wel ubuntu zijn.”
Meer informatie:
Zie links binnen de tekst.
Met dank aan:
De kinderen van filosofieclub Waterland

Reacties
Een reactie posten