Kunnen we dieren begrijpen, als we ze niet verstaan?
“Het lijkt hier wel een dierentuin...”, De leerkracht kwam
glimlachend de klas van groep 6 binnen.
De kinderen stonden op deze donderdagmiddag inmiddels al verzameld rondom mijn
uitstalling van de knuffeldieren. Een pinguin, een hond, een papegaai, een
struisvogel, een leeuw, een babyleeuwtje. Gemoedelijk zaten ze naast elkaar op
tafel, voor in de klas. Op het digibord, stond er al een filmpje klaar. Over
baby-olifant Mook die in Artis was geboren en een bad nam. “Kijk, hij vindt het
leuk, hij is gewoon aan het spelen”, riep iemand vertederd. “Hebbes”, dacht ik.
En de les kon beginnen.
Hoe weet je dat zo zeker?
“Hoe weet jij zo zeker, dat dit olifantje het leuk vindt in
bad, heeft hij je dat verteld?” Er gingen heel wat vingers de lucht in. “Ik zag
dat hij zijn mondhoeken omhoog trok…” “Ja, dat doet mijn hond ook wel eens,
maar dan vindt hij het niet leuk.” “Tuurlijk vond hij het leuk, hij bleef er toch
in. En zelfs toen hij er even uitging, stapte hij erna toch weer terug. Dat doe
je niet als je het niet leuk vindt.” “En weet je, ik vond het vroeger ook heel
leuk in bad. Gewoon in de tuin achter ons huis, dan vindt hij het vast ook
leuk.” De argumenten vlogen me om de oren. Het werd tijd voor de centrale
filosofische vraag: Kunnen we dieren begrijpen, als we ze niet verstaan? Er
werd diep nagedacht.
Dieren spreken, maar kunnen wij het herkennen?
Veel filosofen hebben zich intensief bezig gehouden met de
vraag hoe dieren communiceren en wat dat betekent voor mens-dier relaties. Zo
was daar de filosoof Aristoteles die de dieren en hun vormen van expressie in
kaart bracht. Hij zag dieren als wezens die kunnen waarnemen, maar niet
beschikken over de menselijke reden. De filosoof Donna Harraway ziet de communicatie
tussen mens en dier als een relationeel proces. Ons huisdier kunnen we al beter
begrijpen dan het olifantje in Artis, omdat we ermee samenleven. En dan was daar
nog de filosoof Jacques Derrida. Hij wist onder andere dat dieren “spreken” op manieren die wij moeten leren
herkennen. Hun blik, gedrag en reacties zijn vormen van betekenisgeving.
Een voorbeeld, dicht bij huis
Het werd tijd voor een voorbeeld, dicht bij huis. Kitten
Jack woonde een paar weken bij ons in huis. Op een ochtend probeerde hij mij
iets duidelijk te maken. Ik moest met hem mee naar de kattenbak. Vanaf dat moment
stond ik iedere ochtend in mijn pyjama naast de kattenbak te wachten totdat Jack
zijn plas had gedaan. En dat duurde best lang. Na een paar dagen trok mijn
aandacht naar de kattenbak. Ik deed het licht aan en zag opeens dat er bloed in
zat. Dit is dus wat hij mij probeerde duidelijk te maken. Het duurde alleen
even voordat ik het begreep. Op naar de dierenarts. Jack bleek blaasontsteking
te hebben.
Kijk, ze vinden het nog leuk ook
Terug naar het klaslokaal. De kinderen mochten tot slot een
knuffeldier gaan onderzoeken, met de onderzoeksvraag: “Wat is er 100% waar aan
dit knuffeldier?” Het werd een “battle”, waarbij vele waarheden toch niet helemaal
waar bleken te zijn. Een oefening in kritisch denken en argumenteren. “Kijk, ze
vinden het nog leuk ook, ze zijn gewoon aan het spelen!”
Meer informatie
Met dank aan
De kinderen van groep 6 OBS De Havenrakkers, Broek in Waterland

Reacties
Een reactie posten