Kunnen planten pijn voelen?

 


“Zou je misschien een filosofieles over de natuur willen geven?”, vroeg de leerkracht van groep 4. “De kinderen zijn daar altijd erg mee bezig.” Ik las het bericht op mijn telefoon, waarna mijn blik viel op de basilicumplant in de vensterbank. Zijn bladeren hingen slap, er kwamen al wat bruine plekjes in. Vanavond dan maar pesto maken? Maar nee, deze plant kreeg de hoofdrol in de filosofieles: Kunnen planten pijn voelen?

100% waar?

“Dus u bent een kinderfilosoof?” De kinderen kwamen schuifelend binnen. Ze wisten al dat ze filosofieles zouden krijgen, maar wat het precies inhield wisten ze niet. Mooi! Na een korte introductie, vroeg ik een vrijwilliger voor een experiment. Er gingen heel wat vingers de lucht in. En uiteindelijk mocht er 1 kind naar de gang. Om de basilicumplant te onderzoeken. De bijbehorende opdracht was: onderzoek de plant zo goed mogelijk met al je zintuigen. En kom straks terug om ons iets te vertellen over de plant waarvan je 100% zeker weet dat het waar is. Vol verwachting bleef de klas achter. Ik keek door het raam naar de gang en deed een live-verslag. “De bladeren worden nu besnuffeld, de aarde wordt uit het potje gehaald, er wordt een blaadje bestudeerd, en oh… er wordt een blaadje in de mond gestopt.” Na 5 minuten kwam het verlossende bericht: “Deze plant heeft blaadjes”. En er werd uitgebreid beschreven wat de vorm van de blaadjes waren, dat niet alle blaadjes hetzelfde waren en dat er zelfs al bruine blaadjes tussen zaten.

Een plant leeft, en heeft dus pijn

De klas was een en al aandacht. Tijd voor een volgende opdracht: kunnen planten pijn voelen? “Ja natuurlijk, een plant leeft, heeft water nodig en voeding uit de aarde. En ik leef ook. Ik heb wel eens pijn. Dus de plant ook.” “Dus het feit dat jij en de plant de overeenkomst hebben dat jullie leven, is een argument dat als jij pijn voelt, de plant dat ook voelt?” “Zou er iets kunnen zijn, dat wel leeft, maar geen pijn voelt?” Er werd diep nagedacht. “Nou, ik denk eigenlijk dat een plant helemaal geen pijn voelt, want hij kan het niet vertellen, toch? Hij kan niet “au” zeggen?” En weer werd de vergelijking gemaakt met een levend mens. Dus als een mens niet kan vertellen dat hij pijn heeft, dan heeft hij het ook niet? En is het wel zo dat een plant het niet kan vertellen? “Nee, niet in mensentaal”, bracht iemand in. “Maar je kan het wel zien. Als zijn bladeren slap gaan hangen, of ze zien er niet meer fris groen uit.” “Ja, en dat is ook zo bij een mens. Je kunt eigenlijk ook zien als hij zich niet lekker voelt…” En hij liet zien hoe dat werkte met lichaamstaal. De schouders hangend naar beneden, een frons in het voorhoofd.

Een nieuwe held: Jacob Abbott

“Ik heb een nieuwe held!”, begon filosoof Pieter Mostert zijn workshop een paar dagen later op De Dag van de Kinderfilosofie. Op het programma stond dat hij een introductie zou geven over Matthew Lipman, de grondlegger van de kinderfilosofie in de Verenigde Staten. Maar nee, Lipman, bleek een voorganger te hebben: Jacob Abbott. En gedurende de workshop groeide ook mijn belangstelling voor deze man. Ik herkende zijn benadering van filosoferen met kinderen: dichtbij de beleving van de kinderen blijven, je verwonderen over de kleine dingen om je heen en door de ogen van kinderen kijken. Maar vooral ook: vragen stellen, geen antwoorden geven. Hij had ruim 180 boeken geschreven, waarvan de Rollo-reeks door heel veel Amerikaanse kinderen was voorgelezen. Hij combineerde amusement met diepgaande vragen. Bij thuiskomst ging mijn zoektocht verder. Eerst maar eens op Wikipedia. Waar ik het volgende citaat vond, uit het voorwoord van zijn boek Bruno:

“The books, though called story books, are not intended to be works of amusement merely to those who may receive them, but of substantial instruction. The successive volumes will comprise a great variety, both in respect to the subjects which they treat, and to the form and manner in which the subjects will be presented; but the end and aim of all will be to impart useful knowledge, to develop the thinking and reasoning powers, to teach a correct and discriminating use of language, to present models of good conduct for imitation, and bad examples to be shunned, to explain and enforce the highest principles of moral duty, and, above all, to awaken and cherish the spirit of humble and unobtrusive, but heartfelt piety.[7

Pesto op het menu

Terug naar het klaslokaal. De basilicumplant stond nog steeds op tafel. “Als een plant pijn kan voelen, mogen we hem dan wel opeten? Mag ik eigenlijk wel vanavond pesto maken, van deze plant?” Er gingen heel wat vingers de lucht in. “Ja natuurlijk, wat moet je anders eten?” “En trouwens, hij is hiervoor geteeld door de mens. En zal toch niet lang verder kunnen leven. Toch?” Maar er waren ook wat twijfelaars. “Je mag een plant toch geen pijn doen? Je plukt toch ook niet zomaar een bloemetje uit de tuin? Je gaat toch ook niet stampen op een tulp die net zijn kopje boven de grond uitsteekt?” Genoeg voedsel om verder over na te denken. Bij mij stond er ’s avonds pasta pesto op het menu.


Meer informatie

Jacob Abbott - Wikipedia

Matthew Lipman - Wikipedia

Centrum voor kinderfilosofie


Met dank aan

Groep 4 - Basisschool De Havenrakkers - Broek in Waterland




Reacties

Populaire posts van deze blog

Google, wat is een tijdkrabber?

Bezint eer ge begint

Scheten laat je niet aan tafel