Mag Mia nog buiten spelen?
“Miauw” Ook al kun je katten niet verstaan, je kunt ze soms
wel begrijpen. Dit keer is de “miauw” van Mia de poes wel duidelijk. Ze wil
niet naar binnen, ook geen eten, geen aandacht. Nee, ze heeft gejaagd en komt
ons “een cadeautje” brengen. Het arme kuikentje leeft nog. Het probeert te ontkomen,
maar Mia port met haar pootje. Het beestje wordt gemasseerd, omgerold, gedold.
En iedere keer als ik wil ingrijpen, rent Mia weg met het levende kuikentje aan
zijn nekvelletje in haar bek. Ze sleept hem de hele tuin door. En broer Jack kijkt
toe. Opeens vind ik mijn Mia niet zo lief meer. Het is een echte jager, een
hele goede. De volgende dag komt ze met een mereltje thuis en later vind ik in
de tuin de resten van een houtduif. “Moet ik ingrijpen in de natuur?”, is de
vraag die ik stel aan de kinderen tijdens de filosofieles, nadat ik het verhaal
van Mia had verteld.
Ben ik eigenlijk wel een kinderfilosoof?
Toen ik jaren geleden begon met kinderfilosofie, vroeg ik mezelf
na afloop altijd af, of ik nu eigenlijk wel had gefilosofeerd. Was het niet
gewoon een gesprek over alledaagse dingen? En wat maakt een gesprek dan
filosofisch? De twijfel sloeg toe. Ben ik eigenlijk wel een kinderfilosoof?
Totdat ik tijdens een studiedag van het Centrum voor Kinderfilosofie Nederland
kennis maakte met het gedachtengoed van Jacob Abbott. Deze eerste
kinderfilosoof schreef al in 1829 “The Little Philosopher, designed for the use
of juvenile reasoners” Hij was voorstander om met kinderen te filosoferen over
alledaagse dingen, vanuit het gezichtspunt van het kind. Waarbij de vragen
werden gesteld en de kinderen op zoek gingen naar het antwoord.
Filosofie begint bij verwondering
Het voorblad van het boek maakt dit al direct duidelijk, in een eenvoudig dialoog tussen moeder en haar kinderen:
•
Mother:
Come here, my little children; I have bought a new book and am going to teach
you Philosophy.
•
Ann
[child]: Oh mother, a new little book; but it is too hard; we cannot learn
Philosophy.
•
William
[child]: What is Philosophy, mother?
•
Mother:
It is the first thing which children learn.
Filosofie
begint bij verwondering. En is dat niet de basis van waaruit kleine kinderen de
wereld gaan ontdekken?
Terug naar de kinderen uit de filosofieles. “Wat moet ik doen?” “Ja, weet je Angela, je kan Mia niet de rest van haar leven binnenlaten. Ze heeft er recht op om buiten te zijn. Om lekker te spelen.” “Mmm, maar dat kuikentje heeft ook recht op leven, toch? Ik vind het altijd zo zielig: moeder eend begint met 8 kuikentjes. En dan komt de reiger langs en zijn er zo 3 minder. Uiteindelijk blijven er maar een paar over. Is het leven van Mia dan meer waard dan het leven van dat kuikentje. Of het geluk van moeder eend?” “Het is ook gewoon de natuur he…”, vervolgde een ander. “Er zijn jagers en prooien en de kat is de natuurlijke vijand van vogels en eendjes. Dat is nu eenmaal zo.” Het gesprek ging nog even door. En ik wachtte rustig af. Totdat er een oplossing werd bedacht: Mia moet een halsbandje om, met een belletje. Dan weten de dieren wanneer ze in aantocht is en kunnen ze op tijd dekking zoeken.
Met dank aan de kinderen van Filosofieclub Waterland
Mia heeft inmiddels een halsbandje met belletje. En ze heeft
sindsdien geen vogeltjes en kuikentjes meer gevangen.

Reacties
Een reactie posten