Kijk, daar rent een haas
“Aah, eindelijk eens niet filosoferen in dat muffe lokaal, maar lekker buiten…”, verzuchtte hij, terwijl we met elkaar op (een filosofisch) pad gingen. Terwijl ze zich eerst nog afvroegen over hoeveel kauwgomballen je voor 50 cent kunt kopen (ja, hij had de weddenschap gewonnen!), veranderden de gespreksonderwerpen al snel. “Kijk, daar rent een haas weg.” “Ha, heb jij die vogel daar voor ons neergezet, Angela, Hij zit zo stil. Past goed bij de vorige les over ‘het is niet wat het lijkt” Terwijl ze vooruit renden, stonden ze opeens stil: een libelle. “Die is echt heel bijzonder”. “Welnee”, zei de ander. En zo kwamen we al pratend op de plek van bestemming.
Terugverlangen
Waar we de laatste grote stroming uit de Westerse filosofie
vooral gingen ervaren: De Romantiek. De periode (vanaf 1800), die volgde op de
Verlichting waarin men ging terugverlangen naar lang vervlogen tijden. Maar ook
naar verre culturen, de mystiek en de duistere kant van het bestaan. De
romantici vertoonden veel overeenkomsten met de hippies van 150 jaar later. Ze
hadden een uitgesproken anti-burgerlijke instelling en waren vooral afkomstig
uit de grote Europese steden, vooral in Duitsland. En ja, ze verlangden naar de
natuur en cultuur. De romanticus was van mening dat de kunstenaar iets kon
overbrengen wat de filosofen niet konden uitdrukken. Bijvoorbeeld in een gedicht:
`What if you slept? And what if, in your sleep, you dreamed?
And what if, in your dream, you went to heaven and there plucked a strange and
beautiful flower? And what if, when you awoke, you had the flower in your hand?
Ah, what then?” (Coleridge)
Mag de mens ingrijpen in de natuur?
Terwijl de kinderen lekker waren gaan liggen, starend naar
de wolkeloze hemel, liet ik ze muziek horen van Beethoven, de Mondscheinsonate.
Ondertussen tjilpten de vogeltjes luid. Nadat we de natuur van veraf en
dichtbij bestudeerd hadden, kwam de filosofische vraag: “Mogen wij ingrijpen in
de natuur?” “Ja, soms wel. Als er teveel dieren zijn, dan mogen we ze
afschieten.” “Is dat zo?” Er ontstond een interessant gesprek, want wie bepaalt
dat dan. En waarom mogen wij wel ingrijpen in de dierenwereld? Zijn wij zelf
niet ook natuur? En gebeurt het ook andersom, dat de dieren ingrijpen in de
mensenwereld? Het gesprek kwam op de plantenwereld, mogen we daar ingrijpen? De
kinderen dachten terug aan de boom waar ze onderweg in hadden willen klimmen.
Waarom zouden mensen die mogen snoeien? En waarom liepen we net over
grindpaden? Dat is toch eigenlijk niet nodig. Als mens kun je toch ook gewoon
in het gras lopen. We beseften dat de mens eigenlijk heel veel ingrijpt in de
natuur en hadden hier nog veel langer over na kunnen praten. Maar het was tijd
om te gaan.
Al teruglopend naar de fietsen, besloot ik nog even de
romanticus in de kinderen op te roepen. Het gebied stond namelijk vol met wilde
bloemen. Voor wie zou jij een bloem willen plukken?
Met dank aan: De kinderen van Filosofieclub Waterland
Verder lezen: Romantici zien de mens het liefst spelend

Reacties
Een reactie posten